Wat is die prestigieuze kousenband van de koning?

redactievorsten

2019-06-17 14:24:07

Bij het staatsbezoek aan Groot-Brittannië vorig jaar nam koningin Elizabeth koning Willem-Alexander als Stranger Knight (‘buitenlandse ridder’) op in de Orde van de Kousenband, de meest prestigieuze ridderorde van het land. Het is een bijzondere onderscheiding die ook zijn moeder Beatrix en diverse andere Oranjes ten deel is gevallen. Op 17 juni zal de koning voor het eerst deelnemen aan de traditionele ceremonie.

De Engelse Orde van de Kousenband (garter) kent een bijzondere ontstaansgeschiedenis. Op een hofbal in Calais verloor Catherine Grandison, de Gravin van Salisbury, tijdens het dansen haar kousenband. Terwijl de rest van de aanwezigen haar een beetje stond uit te lachen, stapte koning Edward III naar voren, raapte de kousenband op en plaatste hem bij Catherine terug. Daarbij zei hij: Honi soit qui mal y pense (schande over hem die hier slecht van denkt). Deze gebeurtenis was de aanleiding voor de oprichting van de orde, en met de uitroep van de koning had de orde zijn motto gekregen. Dat klinkt te mooi om waar te zijn, en dat is het ook. De vroegste geschreven versie van dit verhaal dateert uit de jaren 60 van de 15de eeuw, zo’n honderd jaar na de stichting van de orde. Een kousenband was inmiddels een typisch vrouwelijk kledingstuk geworden, en er moest dus een verklaring gevonden worden voor de naam van de belangrijke ridderorde. Ten tijde van de oprichting was een garter gewoon een onderdeel van een ridderuitrusting: een band om de platen van een harnas rond been of arm te bevestigen. Dat uitermate mannelijke accessoire stond symbool voor de verbondenheid tussen de ridders van de orde. En voor het motto ‘Honi soit qui mal y pense’ is ook een prozaïscher verklaring. Het was de formulering waarmee Edward III zijn aanspraken op de Franse troon probeerde kracht bij te zetten. De koning wilde benadrukken dat niemand er iets slechts over hoefde te denken dat hij zijn geboorterecht ging opeisen.

Religieuze setting

Het verhaal van het bal in Calais is niet de waarheid, maar het begin van de Orde is wel degelijk een beetje vaag. Hij werd vermoedelijk in 1348 in het leven geroepen door de Engelse koning Edward III (1312-1377). Het stichten van een ridderorde, een semireligieuze broederschap, was een middel voor een vorst om trouwe vazallen te belonen. Een aantal vorsten op het continent was hem al voorgegaan. Edward deed de inspiratie voor zijn eigen orde op in de toen in adellijke kringen bijzonder populaire verhalen over de legendarische koning Arthur en zijn ridders van de Ronde Tafel. Tijdens een toernooi, een geliefd tijdverdrijf van de koning, op Windsor Castle legde Edward de gelofte af om Arthurs fameuze broederschap nieuw leven in te blazen, met maar liefst driehonderd ridders. De koning liet meteen beginnen met de bouw van een gigantisch koepelvormig gebouw van zeventig meter in doorsnee om zijn Orde van de Tafelronde te huisvesten. Het oplaaien van de oorlog met Frankrijk wierp roet in het eten, en pas vier jaar later kon de koning daadwerkelijk invulling geven aan zijn plannen. Die werden overigens wel wat naar beneden bijgesteld. De Orde ging bestaan uit slechts 25 ridders, met de koning aan het hoofd. Als beschermheilige koos Edward voor St. George, Joris in het Nederlands, de beschermheilige van Engeland en ook van krijgslieden. De thuisbasis werd niet het nooit gerealiseerde ronde bouwsel, maar de bestaande kapel, gewijd aan St. George, op het terrein van Windsor Castle. Daar zouden de Ridders op Garter Day in juni bijeenkomen voor hun jaarlijkse vergadering. In de kapel had iedere ridder zijn eigen koorstoel. Dat er voor zo’n religieuze setting is gekozen, is voor het midden van de 14de eeuw niet vreemd. De mensen in de late middeleeuwen hadden bijzonder diepe religieuze gevoelens, de bouw van de talrijke immense kathedralen getuigt daarvan. De gelovigen maakten zich bijzonder
veel zorgen over hun zielenheil en geloofden heilig in het bestaan van het vagevuur. Daar moest de menselijke ziel na het overlijden enige tijd verblijven, alvorens hij gezuiverd naar de hemel kon gaan. Door gericht gebeden voor de ziel van een overledene op te zeggen, kon diens verblijf in dat vreselijke vagevuur bekort worden. Het grootste deel van de bevolking van christelijk Europa mocht al blij zijn als er één keer per jaar, op hun sterfdag, een gebed opgezegd werd voor hun zielenheil, maar dat bekortte het verblijf van de ziel in het vagevuur niet noemenswaardig. Aan de kapel van St. George was een college van geestelijken verbonden wier taak het was dagelijks te bidden voor het zielenheil van de overleden ridders van de Kousenband. Dat was, naast het in de nabijheid van de koning verkeren, in die tijd een van de prettige bijkomstigheden van het lidmaatschap van de orde. In de loop der tijd is dit aspect van het lidmaatschap naar de achtergrond geraakt, maar er zijn nog altijd geestelijken aan de kapel verbonden om er de kerkdiensten te verzorgen.

Beloning

Vrijwel tegelijk met de Kousenband stichtten meer vorsten een ridderorde. Dat had mede te maken met een verandering die was opgetreden in de verhouding tussen de koning en zijn belangrijkste vazallen. Door de opkomst van een geldeconomie gingen koningen steeds vaker gebruikmaken van huurlingenlegers. Zij hoefden niet meer dan soldij te ontvangen en konden simpelweg afgedankt worden als een veldtocht voorbij was. Dat was een stuk eenvoudiger dan een leger gebaseerd op trouw en wederkerigheid. Hierbij geeft de koning grond uit aan leenmannen, die in ruil daarvoor, in geval de leenheer een beroep op hen doet, hem met een leger te hulp schieten. Een moderner leger met beroepssoldaten werkte totaal anders. Maar de belangrijkste graven en hertogen van het koninkrijk waren wel nog noodzakelijk voor het landsbestuur. Al kocht hij nu zijn leger, de koning wilde zijn vazallen ook niet van zich vervreemden. Het risico bestond dan dat ze zich tegen hem gingen verzetten. Leden opnemen in een prestigieuze ridderorde was dan een mooie manier om de hoogste adel van het land, maar ook dappere krijgers op het slagveld, te onderscheiden. In zijn poging om de Franse troon te bemachtigen, had de Engelse koning ook steun nodig van andere vorsten op het continent. Een mooie beloning was hen op te nemen in de prestigieuze ridderorde. Maar dat mocht natuurlijk niet ten koste gaan van de plekken voor de eigen Engelse edelen. Daarom werd een nieuwe categorie in het leven geroepen, de zogenoemde ‘buitenlandse ridders’. Zo werden tijdens de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk hertog Willem I van Gelre en graaf Willen VI van Holland door koning Richard II opgenomen in de Orde van de Kousenband. Vanaf prins Maurits is vrijwel elke Oranje opgenomen in de orde. Stadhouder Willem V bijvoorbeeld viel die eer al op vierjarige leeftijd ten deel. Een uitzondering vormt koning Willem II. In 1814, toen Napoleon verslagen leek, was zijn vader aan de beurt, en toen Willem zijn vader in 1840 opvolgde, had Engeland net de kant van de van Nederland afgescheiden Belgen gekozen. Dat was geen gunstig moment voor het uitwisselen van eerbewijzen. Door zijn vroege overlijden in 1849 heeft koningin Victoria nooit de gelegenheid gekregen Willem alsnog de versierselen aan te bieden.

Oranje-ridders

Er is nog derde categorie ridders. Het was altijd gebruik dat de Prins van Wales Ridder in de Orde van de Kousenband was en soms ook een tweede koningszoon. Dat leverde eigenlijk nooit problemen op, totdat koning George III op de troon kwam. Hij had maar liefst zeven zonen en die wilde hij allemaal in de hoogste ridderorde van het land opnemen. Wanneer hij hen gewone ridders zou maken, hield hij een minder plekken over voor andere edelen. Daarom werd door de koning een extra categorie in het leven geroepen: die van de koninklijke ridders. Zo zouden deze leden niet drukken op het totaal toegestane aantal van 26 ridders, inclusief hoofd van de orde. Ook de drie Nederlandse koninginnen Wilhelmina (1944), Juliana (1958) en Beatrix (1989) zijn opgenomen in de Orde van de Kousenband als ‘buitenlandse ridders’. In de beginperiode van de orde hadden vrouwen slechts een kleine rol gespeeld, zo konden ze ordekleding uitgereikt krijgen. Pas koning Edward VII nam zijn echtgenote in 1901, het jaar van zijn troonsbestijging, als Royal Lady (de vrouwelijke variant van koninklijke ridder) op in de Orde van de Kousenband. De echte emancipatie liet nog lang op zich wachten, want pas in 1990 werd Lavinia, Hertogin van Norfolk als eerste vrouwelijk volwaardig lid opgenomen. Garter Day in juni, dit jaar op 17 juni, is de belangrijkste dag in de kalender van een ridder van de Kousenband. In de beginjaren van het bestaan van de orde was het bijwonen van Garter Day een van de weinige verplichtingen van de ridders. De koning(in) en zijn of haar ridders trekken dan naar St. George’s Chapel, gehuld in hun donkerblauwe fluwelen mantel afgezet met tafzijde, en hun baret met struisvogel- en reigerveren. Tot midden vorige eeuw was het gebruikelijk dat ridders onder de mantel kleding in Tudor-stijl droegen, maar tegenwoordig is jacquet of japon gebruikelijk. In de ochtend heeft de vorstin nieuwe leden formeel de versierselen omgehangen in de Troonzaal van Windsor Castle, na de lunch volgt de tocht naar de kapel. Dit jaar is ook koning Willem-Alexander erbij. Hij draagt, net als zijn mederidders, zijn ordeketen rond de nek, over de mantel. De bijna één kilo zware gouden ketting is vastgezet met witte linten. Net als de mantel is het ordeteken in de 15de of 16de eeuw geïntroduceerd. De keten bestaat uit gouden heraldische knopen, afgewisseld met geëmailleerde medaillons van een Tudorroos, omgeven door een Kousenband. Aan de keten hangt een geëmailleerde voorstelling van St. George te paard die een draak verslaat. Probeer vooral even te letten op het linkerbovenbeen van de koning (bij dames de linkerarm). Want daar moet zich de fluwelen Kousenband bevinden, met in gouden letters het motto van de orde erop geborduurd: Honi soit qui mal y pense.

 














Meer Verenigd Koninkrijk

– Koningspaar weer even op pad
– Het Duitse leven van de Thaise koning
– Elisabeths militaire training
– Wie zijn de Casiraghi’s?
– Vooruitblik: wanneer Charles koning wordt