Oranjes vaker op bezoek in Huis Doorn

Vorsten

2018-08-23 12:45:00

Prinses Beatrix is vrijdagmiddag terug in Museum Huis Doorn, waar zij de tentoonstelling ‘Verzet en verdriet in beeld’ opent. Vier jaar geleden was Beatrix ook in het ballingsoord van de laatste Duitse keizer en koning van Pruisen, Wilhelm II. Toen opende ze daar het Paviljoen ‘Nederland en de Eerste Wereldoorlog’.

Het is dit jaar honderd jaar geleden dat een einde kwam aan de ‘grote oorlog’, zoals de in 1914 begonnen strijd destijds werd genoemd. In 1917 kwam een einde aan het bewind van de Russische tsaar en een jaar later raakten ook de Oostenrijkse en Duitse keizers en tal van andere vorsten hun tronen kwijt. De Duitse keizer vluchtte in november 1918 naar het neutrale Nederland, waar hij aanvankelijk onderdak kreeg op Kasteel Amerongen.

Het was de bedoeling dat Wilhelm II daar maar een paar dagen zou blijven, maar het werden 18 maanden, zoals de tentoonstelling ‘Help, de keizer komt!’ die nog tot 2 december in Amerongen is te zien, aanschouwelijk maakt. Vanuit Amerongen ging de keizer in 1920 naar Huis Doorn, waar hij tot zijn overlijden in 1941 is blijven wonen. Het Huis geeft nog altijd een goed beeld van zijn jaren in ballingschap.

De keizer die zich door zijn verre afstamming van stadhouder Frederik Hendrik ook prins van Oranje mocht noemen, was voor koningin Wilhelmina persona non grata. Maar dat gold niet voor haar familie. Moeder koningin Emma ging met enige regelmaat in Doorn op bezoek, en ook prins Hendrik ging wel eens buurten bij de keizer. Prinses Juliana was zelfs bruidsmeisje bij het huwelijk van zijn kleinzoon, prins Louis-Ferdinand van Pruisen met grootvorstin Kira. Het huidige hoofd van het Huis Hohenzollern, Georg Friedrich, is zijn kleinzoon.














Meer Nederland