Koningin Juliana werd rond 1950, zes jaar vóór de beruchte Greet Hofmans-affaire, door het kabinet gewaarschuwd voor de invloed van gebedsgenezeres Hofmans. Dat meldt het AD op basis van documenten die het Nationaal Archief vrijdag heeft vrijgegeven.
In de documentatie staat een politieonderzoek uit 1949 centraal waarin het leven van Hofmans onder de loep wordt genomen. Hofmans, die naar eigen zeggen door God is gezonden, voorziet mensen van gebedsgenezing. Omdat Hofmans’ adviezen en voorspellingen niet blijken te kloppen, beticht een groep artsen haar van kwakzalverij. Dokters zeggen dat de gebedsgenezeres aan “waandenkbeelden” lijdt en “geestelijk abnormaal” is. Ook wordt ze als een gevaar voor de maatschappij beschouwd.
Hofmans zou volgens getuigen een dominante invloed uitoefenen op mensen die haar hulp inroepen en hen van haar afhankelijk maken. Dat gebeurt ook bij koningin Juliana, die de gebedsgenezeres in 1948 naar Paleis Soestdijk haalt in een poging prinses Marijke, de latere prinses Christina, van haar aangeboren oogafwijking af te helpen. Zelfs na een waarschuwing van minister van Justitie René Wijers, in samenspraak met premier Willem Drees, weigert Juliana het vertrouwen in Hofmans te verliezen.
Uiteindelijk wordt Hofmans niet vervolgd voor kwakzalverij omdat de koningin Hofmans zelf heeft gevraagd haar dochter te behandelen. Als de gebedsgenezeres zou worden vervolgd, zou dit volgens minister Wijers “heel veel rumoer verwekken”. Uiteindelijk zorgt de invloed van Hofmans, die een vriendin van de koningin was geworden, voor tweespalt binnen het paleis. Hierdoor belanden Juliana en Bernhard in een publieke huwelijkscrisis, waarna de gebedsgenezeres uiteindelijk in 1956 moet vertrekken.