Koningin op rubberlaarzen: watersnoodramp ’53

redactievorsten

01/02/2023 7:00 am

Als in 1953 in Zuidwest-Nederland de dijken doorbreken en het land overstroomt, komt een grote hulpoperatie op gang. Onder leiding van koningin Juliana toont ook het Koninklijk Huis betrokkenheid. Met het inzamelen van geld, het uitdelen van spullen en het bieden van een luisterend oor staan de Oranjes met de voeten in het water.

Door: Karlijn Hoftijzer. Dit verhaal is gepubliceerd in Vorsten 2 en is waar nodig aangepast voor online publicatie. U bestelt nummer 2 hier in de shop.

Het waait al behoorlijk hard, die zaterdagavond 31 januari. Mensen die laat op de avond naar huis lopen na een verjaardag of nog wakker liggen omdat ze de slaap niet kunnen vatten, voelen en horen een straffe winterse wind langs de huizen razen. Dakpannen in het gras zijn de voorbode van een flinke storm. Maar dat die storm de geschiedenis- boeken in zal gaan als het begin van de grootste Nederlandse natuur- ramp in de moderne geschiedenis, kan niemand dan nog bevroeden. En dat geldt helemaal voor de mensen die het anno 2023 nog kunnen navertellen. Zeventig jaar geleden waren zij immers nog kinderen, hooguit een jaar of 20 oud. Vorsten spreekt twee kinderen van toen, voor wie de ontmoeting met koningin Juliana een klein onderdeel is van hun watersnoodverhaal.


In haar regenlaarzen bezoekt de koningin het overstroomde gebied.

Storm en vloed

In de nacht van 31 januari op 1 februari komt het water. Een extreem lang aanhoudende zware noordwesterstorm zorgt dat dijken overspoeld worden en doorbreken. Grote delen van Zuidwest-Nederland staan binnen de kortste keren metershoog onder water. Als je een – stevig – dak of andere hoger gelegen plek weet te bereiken, is er hoop om te overleven. 1836 mensen weten niet te ontkomen en komen om het leven, tienduizenden dieren verdrinken. Het water sluit de getroffen gebieden op alle fronten af van de rest van het land, waardoor de omvang van de ramp pas in de loop van zondag duidelijk wordt. Wat begint met de eerste Urker vissers die met bootjes slachtoffers evacueren, mondt uit in een reddings- en hulpactie die zijn weerga niet kent en zelfs de Europese grenzen overstijgt.


Samen met de burgemeester van Nieuwerkerk (links) en de commissaris van de koningin (uiterst rechts) bezoekt koningin Juliana het rampgebied.

Burgemeester in tranen

Ook de koninklijke familie toont direct betrokkenheid. Koningin Juliana neemt prinses Beatrix, die dan net een dag 15 is, al op zondag mee om met eigen ogen het water te zien in de Krimpenerwaard. Door het hoge water kunnen ze met de auto niet verder komen. Een dag later laat Juliana zich over het water vervoeren om onder meer de plaatsen Numansdorp en Middelharnis aan te doen. Het Parool meldt dat Juliana ‘een groot aantal kledingstukken van haarzelf en haar gezin alsmede een wieg met toebehoren’ aan het Rode Kruis schenkt. In de Hoeksche Waard wordt ze ontvangen door de burgemeester, die volgens een publicatie van de Vrije Pers geen woord kan uitbrengen en in tranen uitbarst. ‘Zegt u maar niks’, zou Juliana hebben gezegd. ‘Leidt u mij alleen maar rond.’ In Dordrecht waadt ze op regenlaarzen door de stad, een beeld dat veel Nederlanders nog vaker zullen zien, want Juliana zal het hele jaar door delen van het rampgebied waar het water nog niet is weggetrokken, bezoeken. Wilhelmina pakt in die eerste dagen een andere route en bezoekt via een omweg vanaf België getroffen gemeentes. Ondertussen komt prins Bernhard terug van een verblijf in New York. Hij kan als direct benoemde voorzitter van het Nationaal Rampenfonds aan de slag om geld in te zamelen. Juliana geeft opdracht om het koninklijk jacht Piet Hein in te zetten als noodhospitaal, voertuigen uit het koninklijk staldepartement worden ingezet om slachtoffers en vee te vervoeren.

Opvang op Het Loo

Op 8 februari, een dag van nationale rouw, spreekt Juliana het Nederlandse volk toe. In haar toespraak prijst ze de saamhorigheid onder de bevolking en roept ze de Nederlanders op te vertrouwen op Gods zegen. Ook de paleizen worden opengesteld voor slachtoffers. Juliana stelt een vleugel op Paleis Het Loo ter beschikking voor tijdelijk onderdak voor een aantal evacuees. Later dat jaar zal Wilhelmina er, onder het genot van fruit, koffie en gebak, een aantal uren op bezoek gaan. Voor de 6de verjaardag van prinses Marijke in februari worden geëvacueerde leeftijdsgenootjes uit de getroffen gebieden uitgenodigd voor een partijtje op Soestdijk.

Bijzondere vracht

In de maanden die volgen bezoekt Juliana regelmatig ondergelopen gebieden om getroffenen te ontmoeten en de vorderingen van herstelwerkzaamheden te bekijken. Zo neemt ze in maart per koninklijke trein poolshoogte in Stellendam en Rilland-Bath, waar ze bij vertrek twee dozen met dekens en kinderkleding achterlaat. Terwijl de koningin zich over het ‘menselijke’ aspect van de hulp- verlening ontfermt, gebruikt prins Bernhard zijn contacten en diplomatieke vaardigheden om geld en goederen in te zamelen, waarvoor hij bezoeken aflegt in het buitenland. In augustus vliegen Juliana en Bernhard in een ‘helicoptère’, dan nog een nieuwigheid, naar onder meer Haamstede en Zierikzee om het dijkherstel te bekijken. In september bezoekt Juliana Sirjansland met een bijzondere vracht: kinderen krijgen daar konijntjes uitgedeeld ter compensatie voor verloren (huis)dieren. Een paar kilometer verderop bezoekt ze terpdorp Ouwerkerk, waar Bert Hendrikse (dan bijna 4 jaar) onder aan de terp de koningin staat op te wachten met een bosje bloemen. Hoogstwaarschijnlijk heeft Bert voor de gelegenheid zijn zondagse goed aan: ‘Ik kan me herinneren dat ik na het overhandigen van het bloemetje in dialect aan mijn moeder vroeg of ik nu mijn ketelpak (overall, red.) weer aan mocht. De koningin verstond het niet en vroeg aan mijn moeder wat ik zei. Zij moet het toen hebben uitgelegd.’ Bert mag het bloemetje geven omdat hij als enig kind in het dorp blijft wonen na de ramp. Direct na de overstroming worden Bert en zijn ouders met een viskotter uit Yerseke geëvacueerd, maar ze keren terug. Hun huis staat bijna op het hoogste punt van het dorp, dus blijft het gespaard. ‘Ik zag dat de paarden op de terp op zondag tot hun schoft in het water stonden, maar voor de rest viel het bij ons mee. In ons dorp zijn relatief weinig mensen omgekomen, meer rondom het dorp.’


Tijdens een bezoek aan Sirjansland geeft Juliana aan de kinderen daar een konijn als troost voor het verliezen van eigen (huis)dieren.

Noorse huizen cadeau

Hulp komt uit alle windstreken. Het Verenigd Koninkrijk, zelf ook geraakt door het water, stuurt bijvoorbeeld grondtroepen en helikopters, waarvoor Juliana haar collega Elizabeth via een telegram bedankt. ‘Het Nederlandse volk en ik zijn diep getroffen dat de Britse troepen ons te hulp schoten op een ogenblik dat uw eigen land zo zeer geteisterd wordt door de verschrikkelijke overstromingen.’ Uit de Scandinavische landen komen houten huizen, geleverd in delen. Aanvankelijk zijn de Nederlanders wat sceptisch over de zogenoemde ‘geschenkwoningen’, maar al gauw blijken de huizen van goede kwaliteit. In augustus 1954 komt de Noorse koning Haakon op staatsbezoek en met Juliana komt hij ‘zijn’ huizen bekijken in Stavenisse, onder grote belangstelling van de inwoners. Een daarvan is Koos Hage (75), dan 6 jaar oud. Hij is 5 jaar als het water in die winternacht van ’53 bij zijn boerderij in Stavenisse komt. ‘Ik werd wakker gemaakt, maar eigenlijk wilde ik doorslapen want het was een uur of drie ’s nachts.’ Met zijn oudste broer gaat hij naar het dorp, waar ze schuilen in een huis op de dijk. ‘Het zat daar stampvol met mensen, maar iedereen was doodstil. Ik werd naar zolder gebracht om daar te slapen, ik herinner me dat ik de volgende ochtend overal water zag.’ Snel daarna hoort Koos dat zijn moeder en zus niet meer terug zullen komen. ‘Dat werd op die manier zacht gezegd.’ Met zijn vader en opa vertrekt hij met het schip Concordia naar Rotterdam. De woning van de familieboerderij is ‘compleet van zijn fundering geveegd’ en wordt in de maanden die volgen weer opnieuw gebouwd zodat ze terug kunnen keren. Voor andere bewoners van Stavenisse worden de geschenkwoningen uit Noorwegen gebouwd. Zoveel, dat er een hele straat wordt vernoemd naar de schenker.


Koning Haakon bezoekt de straat in Stavenisse met ‘zijn’ houten geschenkwoningen.

Geen verdienste

Koning Haakon en koningin Juliana bezoeken Stavenisse met de Piet Hein en worden feestelijk onthaald, herinnert Koos zich. Kinderen van de lagere school zingen het Noorse volkslied en Haakon opent de Koning Haakonstraat door een lint door de knippen. Als symbolische dank krijgt de Noorse koning een broodplank overhandigd en, zoals Koos het zich herinnert, een groot broodmes, waarschijnlijk een Zeeuws Paeremes. De dan 6-jarige Koos mag de plank met mes overhandigen. Hij draagt die dag een oranje petje en een korte broek met gymschoenen, weet hij nog. ‘Haakon was een heel lange man. Hij zag er wel anders uit dan ik dacht. Ik had de voorstelling van een man met een hermelijnen mantel, maar hij droeg een uniform en een pet. Juliana herkende ik van de foto’s van Koninginnedag.’ De ontmoeting met de koningin en de Noorse koning is een wrange eer, hij is gekozen omdat hij een kind uit een zwaar getroffen gezin is. Naast zijn moeder en zus overleven ook zijn oma en een tante de ramp niet. ‘Het is geen verdienste dat ik dat mocht doen.’


Koos Hage mocht aan de Noorse koning een symbolisch bedankje over- handigen: ‘Haakon was een heel lange man. Ik had de voorstelling van een man met een hermelijnen mantel, maar hij droeg een uniform en een pet.’




Gratis voor jou


Meer Nederland